Ziektebeelden > Tenniselleboog

Tenniselleboog (Epicondiylitis lateralis)

De tenniselleboog is een veel voorkomende blessure. De medische term is epicondylitis lateralis. Deze blessure komt niet alleen, zo als de naam doet vermoeden, bij tennissers voor. Slechts 5% van alle patiënten met een tenniselleboog tennist daadwerkelijk. Wel krijgt 50% van alle actieve tennissers één of meer periodes van klachten.


Afbeelding 1
  De tenniselleboog is een overbelastingssyndroom. Dit houdt in dat de pees van de strekspieren van de hand zijn overbelast. Deze strekspieren bevinden zich in de onderarm, en lopen over het polsgewricht en hechten aan op de buitenkant van de elleboog (laterale epicondyl). Op deze plek onstaan de klachten (afb. 1) De spieren die het meest betrokken zijn bij deze aandoening zijn de extensor carpi radialis brevis en de extensor carpi ulnaris (rood).
 
De tenniselleboog valt ook wel onder de naam CANS. CANS staat voor Complaints of the Arm, Neck and/or Shoulder. Volgens de daarbij opgestelde definitie zijn dit klachten van het bewegingsapparaat in arm, nek en/of schouder, die niet veroorzaakt worden door een acuut trauma of een systemische aandoening. Voorheen werden dit soort klachten ingedeeld onder de naam RSI. RSI was een overkoepelende naam voor een aantal specifieke pees-, zenuw- en spiergerelateerde aandoeningen van de nek en de arm. Belangrijk is om te onthouden is dat de term CANS een omschrijving van een klachtencomplex. Het is geen diagnose.


Symptomen
Bij een tenniselleboog is er pijn ter hoogte van de buitenzijde van de elleboog, soms uitstralend naar de onderarm en pols en zelden uitstraling naar buitenzijde bovenarm en schouder. De pijnklachten treden op, of verergeren wanneer de strekspieren van de pols en de hand worden aangespannen, bijvoorbeeld als we iets met de hand op willen pakken.
Je kunt het ook zoals het volgende plaatje proberen (afb. 2):
 
Afbeelding 2
De strekspieren van de pols en de hand worden tegen weerstand aangespannen. Bij aanwezigheid van een tenniselleboog is dit pijnlijk.
De oorsprong van de strekspieren van de pols en hand zit vast aan de buitenzijde van de elleboog. Wanneer daarop gedrukt wordt, doet die plek ook pijn. Doordat de pijn in het begin nog wel eens wegtrekt blijven mensen de arm belasten waardoor dit tot pijnklachten kan leiden die ook 's nachts aanhouden, ook als de arm niet wordt gebruikt.
Een tenniselleboog in een gevorderd stadium kan leiden tot kracht- en coördinatieverlies.
Er kan pijn zijn bij het rekken van de pols strekkers (elleboog gestrekt en de hand in de richting van de handpalm bewegen.

Oorzaken

Het feit dat deze pees overbelast raakt kan twee oorzaken hebben. Ten eerste kan het komen door een te zware belasting voor een korte of lange periode en ten tweede kan de belastbaarheid van de pees verlaagd zijn door bijvoorbeeld een slechte doorbloeding. Deze slechte doorbloeding kan vele oorzaken hebben. Door de verlaagde belastbaarheid kan een gewone belasting al overbelasting zijn en dus klachten geven. Bij overbelasting van een pees komen er kleine scheurtjes in het bindweefsel van de pees. Omdat peesweefsel van nature slecht is doorbloed, duurt het lang voordat de pees weer is hersteld. De pijn van de elleboog gaat in het begin altijd langzaam weer weg, hierdoor blijven mensen de elleboog belasten en komt deze nooit tot volledig herstel.

Behandeling van de fysiotherapeut
Het is belangrijk zelf overmatige of verkeerde belasting en daarmee pijn te voorkomen.
De fysiotherapeut richt zich hoofdzakelijk op twee punten:
  • Het verbeteren van de doorbloeding van de pees zodat er voldoende voedingsstoffen bij komen die nodig zijn voor het herstel. Dit kan gedaan worden door lokale frictie (drukmassage) toe te passen op de pijnlijke plek en fysiotechniek.
  • Het weer op oud niveau laten functioneren van de onderarmspieren. Het terugkrijgen van de kracht en de coördinatie. Door middel van kracht- en coördinatieoefeningen.
De fysiotherapeut kan de volgende behandeltechnieken toepassen:
  • Stretching en spierfunctietraining (oefentherapie met oplopende zwaarte)
  • Geven van informatie
  • Massage (fricties)
  • Ultrageluidtherapie

Behandeling van specialisten
Helpt de behandeling van de fysiotherapeut niet, dan kan een injectie met een plaatselijke verdoving en een bijnierschorshormoon (corticosteroïd preparaat) ter hoogte van de aanhechting van de pees op het bot helpen. Deze injectie kan zonodig na drie en zes weken worden herhaald.
Wanneer deze niet- operatieve behandelingen niet helpen kan een operatie overwogen worden. Daarbij wordt de aanhechting van de spieren op de buitenzijde van de elleboog voor een deel losgemaakt. Op die wijze wordt de irritatie opgeheven.
Voor beide behandelingen geldt dat er pijn zal zijn als de verdovingsvloeistof is uitgewerkt.Na beide behandelingen is het verstandig om een aantal weken geen zwaar tillende werkzaamheden te verrichten.

Uit onderzoek is gebleken dat op korte termijn injecties tot de beste resultaten leiden. Maar op lange termijn levert fysiotherapie significant betere resultaten op.
 
Copyright Pharmeon BV 2007
Naar boven