| Ziektebeelden > MS (Multiple sclerose) |
Multiple Sclerose Multiple Sclerose (MS) is een aandoening van het centrale zenuwstelsel. (hersenen en ruggenmerg) De naam Multiple Sclerose verwijst naar de veelvuldig (multiple) voorkomende verhardingen (sclerose) in het aangetaste weefsel. Er wordt wel eens gedacht dat MS een spierziekte is, maar dit is onjuist. Het kan wel gebeuren dat vanwege de beschadigingen die ontstaan in het centrale zenuwstelsel en de daarmee samengaande verstoring van de informatieoverdracht, patiënten hun spieren niet meer aan kunnen zetten tot bewegen. MS is één van de meest voorkomende neurologische aandoeningen van het centrale zenuwstelsel. Het is een chronische ziekte, dat wil zeggen: een ziekte die niet meer overgaat en ook nog niet te genezen is. De eerste ziekteverschijnselen openbaren zich meestal tussen het twintigste en veertigste levensjaar, echter: kinderen kunnen ook MS krijgen. MS komt twee- tot driemaal vaker voor bij vrouwen dan mannen en de ziekte openbaart zich bij vrouwen vaak op een jongere leeftijd dan bij mannen. MS komt meer voor in gebieden met een gematigd, koel klimaat dan in tropische streken en komt ook meer voor bij mensen van Noord-Europese afkomst dan bij bijvoorbeeld Afrikanen en Aziaten. In Nederland hebben ongeveer 16.000 mensen MS. Per jaar komen daar circa 350 – 450 nieuwe patiënten bij. Het centrale zenuwstelsel De hersenen ontvangen allerlei informatie uit de buitenwereld en vanuit ons lichaam. De hersenen reageren daarop door bepaalde opdrachten aan ons lichaam door te geven. Via bepaalde banen, zoals het ruggenmerg, worden die opdrachten naar de plaats van bestemming gestuurd. Wanneer we bijvoorbeeld een kopje of een beker willen oppakken, dan sturen de hersenen via het ruggenmerg de boodschap door naar de hand. De hand pakt dan het kopje op en brengt het naar de mond. De stroom van informatie in de hersenen en ruggenmerg verloopt via de zenuwcellen en hun uitlopers, de zenuwvezels (axonen). Om de prikkeloverdracht snel en efficiënt te laten verlopen over soms lange afstanden, bevindt zich rondom de zenuwvezels een soort isolatielaag, het myeline. Het myeline is aanwezig in de vorm van afzonderlijke segmenten of schedes. Als gevolg van het ziekteproces verdwijnen bij mensen met MS op bepaalde plaatsen in het centrale zenuwstelsel de myelineschedes. Dit proces wordt ook wel demyelinisatie genoemd. Doordat de myelinesegmenten verdwijnen, raakt de informatieoverdracht tussen zenuwcellen geheel of gedeeltelijk verstoord. Een MS-patiënt kan daarom bijvoorbeeld problemen hebben met het oppakken van een kopje. Als er verlies van myeline optreedt in de oogzenuw, kunnen de cellen die in het oog het licht opvangen niet meer goed informatie overbrengen naar de hersenen. Het gevolg is dat de patiënt niet meer duidelijk ziet. Verschillende vormen van MS Ondanks het grillige en onvoorspelbare verloop is MS toch te verdelen in vier vormen. Deze vier vormen zijn: |
|
| Ad 1) Benige oftewel de milde vorm van MS kent een lange periode zonder aanvallen. Zo’n aanval noemen we ook wel schub of exacerbatie. We spreken van een nieuwe aanval wanneer nieuwe klachten ontstaan of de oude klachten weer toenemen. Tevens moeten de klachten langer dan 24 uur aanwezig zijn en mag er geen sprake zijn van koorts of een infectieziekte. Griep, verkoudheid e.d. kunnen een nadelig effect hebben op MS. Tussen de aanvallen kan soms wel tien jaar of meer zitten. Bij deze vorm van MS komt dan ook geen ernstige invaliditeit voor. Ongeveer 10 % van de MS patiënten heeft deze milde vorm. Ad 2) De relapsing-remitting beloopsvorm kenmerkt zich met aanvallen en een herstelperiode. Dat wil zeggen dat een periode met aanvallen afgewisseld wordt door een periode van herstel. De beschadigde myeline die ontstaan is door de aanval wordt bijna helemaal hersteld. Door de verhoogde lichaamstemperatuur kan er een aanval ontstaan. Deze vorm kan overgaan in de ernstigere secundaire progressieve beloopsvorm. Juist voor deze groep MS patiënten is het belangrijk dat ze snel aan de medicatie gaan, dit kan het ziekteproces met 30% vertragen. De komende jaren zullen er voor deze groep patiënten meerdere mogelijkheden ontstaan. Deze vorm komt voor bij 40 % van alle mensen met MS. Ad 3) Secundaire beloopsvorm kenmerkt zich doordat het ziektebeeld geen herstelmomenten meer heeft. De ziekte krijgt langzamerhand steeds zwaardere kenmerken. Deze vorm komt bij 40% van de patiënten met MS voor. Ad 4) De primaire beloopsvorm is de ergste vorm van MS. Hierbij zijn ook geen momenten van herstel en is de ziekte van af de eerste aanval meteen zeer progressief. Het wordt dus steeds erger. Mensen die op latere leeftijd de eerste symptomen van MS krijgen lijden vaak aan de primaire progressieve beloopsvorm. Deze vorm komt bij 10% van de mensen met MS voor. Het stellen van de juiste diagnose is een groot probleem bij MS. Omdat de, toch al vage, beginverschijnselen ook weer grotendeels over kunnen gaan is het voor de huisarts vaak niet voor de handliggend om meteen aan MS te denken. Ook al word er gedacht aan MS dan is het voor de neuroloog ook moeilijk om met 100% zekerheid de ziekte vast te stellen. Een MRI-scan biedt hiervoor de nieuwste en beste mogelijkheden. Symptomen De volgende klachten en verschijnselen kunnen bij MS ontstaan: |
Fysiotherapie en lichamelijke oefeningen spelen een belangrijke rol bij het in een zo goed mogelijke staat houden van de soepelheid, kracht, coördinatie en balans van mensen met MS. Met name bij de behandeling van spasticiteit wordt veelvuldig gebruik gemaakt van fysiotherapie. Lichamelijke activiteit van mensen met MS is lange tijd ontmoedigd. De achterliggende gedachte hierbij was dat het lichaam bij lichamelijke activiteiten warmer wordt en hierdoor tot een nieuwe aanval oftewel schub zou kunnen leiden. Geleidelijk is men erachter gekomen dat gebrek aan activiteit ook bij kan dragen aan vermoeidheid en zwakte. Beweging wordt momenteel gestimuleerd voor het verhogen van de fitheid en het gevoel van welbevinden en voor het vertragen van het verlies in spierfunctie. Uiteraard dient de lichamelijke activiteit op de juiste wijze gedoseerd te zijn om uitputting te voorkomen en tevens aangepast te zijn aan de lichamelijke mogelijkheden en beperkingen van de persoon met MS. Begeleiding door een fysiotherapeut speelt hierbij een belangrijke rol. In sommige gevallen wordt gebruik gemaakt van oefeningen in een zwembad om het lichaam koel te houden en een grotere variatie aan oefeningen mogelijk te maken. Er zijn geen aanwijzingen dat gedoseerd bewegen tot een schub leidt. Wel kan het, door de verergering van de klachten tijdens een schub, nodig zijn om het fysiotherapieprogramma aan te passen of tijdelijk stop te zetten. Een aantal mensen met MS gebruikt marihuana (cannabis) om klachten als spierkrampen, stijfheid of een algeheel gevoel van ziek-zijn te bestrijden. Over het vermeende positieve effect van 'blowen' bij MS bestaat in medische kringen nog veel onenigheid. Copyright Pharmeon BV 2007 |
| Naar boven |