- Repeterende bewegingen van de pols, met name als daar kracht bij nodig is.
- Polsbreuk waarbij de middenhandsbeentjes verschuiven. De zenuw wordt dan bekneld door bot of pees.
- Zwangerschap
- Reumatoïde arthritis, jicht, alcoholisme.
- Zwelling van het bindweefsel van de pezen. Bij het zwellen van bindweefsel kunnen hormonale veranderingen een rol spelen zoals voorkomen bij zwangerschap en in de overgang.
- Ontstekingsverschijnselen
- Vertraagde functie van de schildklier waardoor vochtophoping ontstaan.
- Suikerziekte. Water wordt niet goed opgenomen in de bloedbaan. Hierdoor kan er veel oedeem ontstaan en zo krijg je vochtophoping.
Behandeling
Het behandelen van carpaal tunnel syndroom met conservatieve therapie (therapie zonder te opereren of het gebruik maken van medicijnen) heeft meestal weinig nut. Onderzoek wijst uit dat klassieke open operaties de beste resultaten lijken te hebben, ten opzichte van conservatieve behandelingen zoals het dragen van een spalk.
Als de diagnose carpaal tunnel syndroom zeker is zal de neurochirurg de behandelingsmogelijkheden met de patiënt bespreken. Soms is geen behandeling nodig of kan men beter afwachten indien de klachten gering zijn of van voorbijgaande aard (bijvoorbeeld in de zwangerschap). Ook kan een spalkje van kunststof worden aangemeten waarmee de pols rust krijgt en de klachten kunnen afnemen. Een injectie in de pols met bijnierschorshormonen (cortison) en een plaatselijk verdovend middel kan lange tijd goed helpen. Over het nut hiervan zijn de meningen verdeeld. Wanneer dit allemaal niet helpt zal er gekozen worden voor een operatie waarbij de spalk ter overbrugging van de eventuele wachttijd verlichting kan geven.
Fysiotherapie
Onder leiding van een fysiotherapeut is het mogelijk om te werken aan de revalidatie van de hand. De fysiotherapeut zal eerst met zekerheid de diagnose carpaal tunnel syndroom stellen. Dit kan hij bijvoorbeeld doen met de test van Phalen of met het teken van Tinel.
De test van Phalen is als volgt: Buig de polsen, zodat de hand en onderarm een rechte hoek maken, de vingers naar beneden wijzen, en druk dan de rug van beide handen tegen elkaar. Als de mediale zenuw, die door de pols loopt, er niet al te goed aan toe is, zal je mogelijk symptomen als tintelingen krijgen.
Het teken van Tinel: De fysiotherapeut zal korte tikken geven op de huid waar de zenuw onderdoor loopt. In het geval van carpaal tunnel syndroom zal dit ter hoogte van het midden van de pols aan de binnenzijde zijn. Wanneer de diagnose carpaal tunnel syndroom aanwezig is zul je waarschijnlijk tintelingen voelen in een deel van de hand.
De fysiotherapeut kan als behandeling een frictie massage geven. Frictie massage is een zeer stevige massage dwars op de richting waarin de pezen lopen. Dit kan dan ook pijnlijk zijn. De werking berust voor een deel op het stimuleren van de bloedsomloop. Pezen zijn namelijk slecht doorbloed, en genezen daardoor langzaam. Nog belangrijker is dat door de hardheid van de massage zwakke en ontstoken weefsels worden afgebroken, en daarna weer op een gezonde manier kunnen regenereren.
De fysiotherapeut gaat, nadat de pees is genezen, krachttraining geven. De hele arm zal worden getraind. Er zal worden begonnen met bewegingen van de vingers en de hand, waarna ook de elleboog en de schouder mee genomen kunnen worden.
Ook kan de fysiotherapeut oefeningen doen ter bevordering van de mobiliteit. Dit zullen vooral rekoefeningen zijn van de hand.
Het is van belang de hele arm weer pijnloos te kunnen bewegen en de eigen kracht en mobiliteit weer terug te krijgen.
Operatie
Voor de operatie moeten bloedverdunnende medicijnen worden gestaakt, als de patiënt deze inneemt, dit in overleg met de arts. De hand wordt plaatselijk verdoofd door een meestal als pijnlijk ervaren prik in de handpalm of de pols. Nadien is de ingreep niet meer pijnlijk. Het gevoel in de vingers blijft vaak aanwezig. De verbinding tussen de pink en duimmuis, het dak van de carpale tunnel (retinaculum flexorum) wordt gedeeltelijk doorgesneden, waardoor de inhoud en dan vooral de zenuw van de beknelling wordt verlost. Sommige chirurgen verkiezen de ingreep als een kijkoperatie uit te voeren. De operatie duurt ongeveer een kwartier tot een half uur. Na verbinden van de hand wordt een draagdoek aangemeten.
Na de operatie
Na enkele uren is de verdoving uitgewerkt en kan napijn met paracetamol (eventueel samen met codeïne) worden bestreden. Het is raadzaam de vingers gewoon te blijven bewegen. De handpalm dient wel wat rust te krijgen, ook moet krachtzetten enkele weken worden vermeden. Deze rust is nodig voor een ongestoorde wondgenezing, omdat anders de wond open kan gaan na het verwijderen van de hechtingen. Omdat men gedurende deze tijd (van 2 weken) de geopereerde hand dus minder goed kan gebruiken, wordt bij de aanwezigheid van een carpaal tunnel syndroom aan beide handen, de operatie slechts één kant en meestal niet aan beide handen tegelijkertijd verricht. De wond moet droog blijven. Na een week kan het verband er af gehaald worden en na tien tot veertien dagen worden de hechtingen verwijderd.
Gevolgen van de operatie
De tintelingen in de vingers zijn vaak snel over maar kunnen ook langzamer verdwijnen. Dit geldt ook voor gevoelsvermindering in de vingers. Wanneer er sprake is van gevoelsvermindering in de vingers voor de operatie, kan deze soms blijven bestaan. Het litteken in de handpalm kan enkele maanden gevoelig blijven en het kan nog langer duren voordat de kracht in de hand weer normaal is.
Complicaties
Zoals bij alle ingrepen kunnen ook bij een carpaal tunnel syndroom operatie onverwachte complicaties optreden. Deze komen evenwel zelden voor. Zij bestaan uit nabloedingen en infecties. Bij overmatige pijn of uitvloed uit de wond dient contact met de neurochirurg opgenomen te worden.
Copyright Pharmeon
BV 2007 |